Test Imposter Syndroom
Het imposterfenomeen treft tot 70% van de professionals ongeacht opleiding of ervaring: een innerlijke criticus devalueert echte prestaties en creëert een aanhoudende angst ontmaskerd te worden. Deze beoordeling is gebaseerd op de CIPS-schaal en meet de intensiteit van perfectionisme, zelfkritiek en de neiging succes aan toeval toe te schrijven. Resultaten worden gepresenteerd als een visueel diagram met gepersonaliseerde aanbevelingen.

Wat je leert
Uw algemene ernstniveau van het impostersyndroom
Hoe sterk u geneigd bent uw prestaties te onderwaarderen
Of u succes toeschrijft aan geluk of externe factoren
De mate van angst om «ontmaskerd» te worden op werk of studie
Gepersonaliseerde aanbevelingen om het syndroom te overwinnen
Belangrijke feiten
Geschiedenis & ontwikkeling
Clance en Imes beschrijven voor het eerst het imposterfenomeen
Pauline Clance ontwikkelt de 20-item CIPS-schaal
Langford en Clance bevestigen validiteit op grote steekproef
Meta-analyse bevestigt psychometrische betrouwbaarheid
Systematische review bevestigt prevalentie bij 9–82%
Over de methodologie
Het imposterfenomeen werd voor het eerst beschreven door Clance en Imes in 1978 als een patroon van innerlijke beleving van intellectuele fraude: ondanks objectief bewijs van competentie gelooft de persoon dat zijn succes onverdiend is.
De CIPS bevat 20 stellingen die de angst om ontmaskerd te worden, het afwijzen van complimenten, het toeschrijven van succes aan geluk en perfectionisme beoordelen.
De totaalscore (20–100) is verdeeld over vier ernstniveaus.
Wetenschappelijke bronnen
Veelgestelde vragen
Wat meet deze test?
De test beoordeelt de ernst van het imposterfenomeen met de CIPS-schaal: de neiging prestaties te onderwaarderen, succes aan geluk toe te schrijven en angst om ontmaskerd te worden.
Hoe lang duurt het invullen?
De test duurt 5–7 minuten. Hij bestaat uit 20 stellingen beoordeeld op een vijfpuntsschaal.
Hoe nauwkeurig zijn de resultaten?
De CIPS heeft uitgebreid psychometrisch onderzoek ondergaan en toont een hoge interne consistentie (α = 0,92) en test-hertest betrouwbaarheid.
Wie heeft deze methodologie gecreëerd?
De schaal is ontwikkeld door Pauline Rose Clance, klinisch psycholoog aan Georgia State University, in 1985, gebaseerd op eerder onderzoek met Suzanne Imes (1978).
Ervaren succesvolle mensen het impostersyndroom?
Ja, onderzoek toont dat tot 70% van de mensen dit fenomeen minstens één keer ervaart. Het komt vooral voor bij hooggekwalificeerde professionals en leidinggevenden.
Kan het impostersyndroom overwonnen worden?
Ja, cognitief-gedragstherapeutische technieken, het bijhouden van een «succesdagboek» en werken met een professional kunnen de symptomen aanzienlijk verminderen.
Instructies
Beoordeel elke stelling op een schaal van 1 (helemaal niet waar) tot 5 (volledig waar). Antwoord eerlijk op basis van uw typische ervaring.
Klaar om te beginnen?
Meer dan 1500 wetenschappelijk gevalideerde tests. Volledig gratis en zonder registratie.